Pos vissen: de kleine baars die in het donker jaagt

Aan de onderkant van zijn kop zitten platte, ronde slijmgroeven — en daarmee, schrijft de Duitse Wikipedia, voelt hij bewegingen in het water. FishBase vult aan: hij eet ’s nachts en vindt zijn prooi via het zijlijnsysteem; de vliezige wanden van zijn kopkanalen maken hem bijzonder richtingsgevoelig. Volgens de Engelse Wikipedia blijven zijn zintuigcellen ook op oudere leeftijd scherp, terwijl ze bij de baars bij het volwassen worden zwakker worden. Dit artikel gaat over de pos, *Gymnocephalus cernua* — Duits Kaulbarsch, Engels ruffe of pope, Frans grémille (ook perche goujonnière), Italiaans acerina, Spaans acerina (Wikidata), Portugees acerina eurasiana, Deens en Noors hork, Zweeds gärs, Fins kiiski, Russisch обыкновенный ёрш (ёрш), Turks Trakya levreği, Kroatisch balavac, Sloveens okun, Japans ラフ (rafu) en Arabisch راف (Wikidata). Voor het Grieks en het Albanees vonden we geen gedocumenteerde volksnaam; daar staat de wetenschappelijke. Klein is hij — maar een roofvis in baarsformaat, en volgens FishBase geldt hij als sportvis.

De ‘bol’ onder de baarzen

Beschreven werd hij door Carl Linnaeus in 1758, als *Perca cernua* — dus meteen als baars. Tegenwoordig staat hij in het geslacht *Gymnocephalus*, volgens FishBase van het Griekse gymnos, naakt, en kephale, kop: zijn kop draagt geen schubben. De Duitse naam Kaulbarsch verklaart de Duitse Wikipedia met zijn gedrongen lichaamsbouw — ‘Kaul-’ zou een dialectvorm zijn van ‘Kugel’, bol. Twee andere talen gaven hem een minder vleiende naam: het Kroatische balavac doet denken aan bale, slijm, en een Zweedse nevenvorm luidt volgens Wikidata snorgärs — een pos voelt in de hand precies zoals hij heet. De Kroatische Wikipedia beschrijft zijn huid als slijmerig en bedekt met scherpe, grijze schubben.

Zo herken je hem

Het zekerste kenmerk is de rugvin: bij de pos is die niet gedeeld (Duitse Wikipedia) — vooraan 12 tot 16 stekelstralen, daarachter 11 tot 15 zachte stralen, doorlopend in één stuk. De baars heeft daarentegen twee gescheiden rugvinnen. Op het kieuwdeksel zit een lange, stevige doorn, op het voorkieuwdeksel meerdere korte — wie hem onthaakt, pakt hem daarom voorzichtig vast. De rug is olijfbruin tot grijsgroen met donkere, onregelmatige vlekken, de flanken zijn geelachtig, de borst glanst roodachtig, de buik is witachtig tot lichtgroen (Duitse Wikipedia). FishBase noemt de lichaamshoogte — 24 tot 27 % van de standaardlengte — als kenmerk dat hem van zijn geslachtsgenoten onderscheidt.

  • Grootte: gewoonlijk 12 cm (FishBase), volgens de Duitse Wikipedia 12 tot 15 cm; het zwaarste gepubliceerde gewicht ligt bij 400 g. Geslachtsrijp wordt hij volgens FishBase bij zo’n 10,5 cm.
  • Leeftijd: vrouwtjes worden volgens FishBase en de Duitse Wikipedia tot ongeveer 10 jaar oud, mannetjes ongeveer 7.
  • Levenswijze: FishBase beschrijft hem als eenling die geen scholen vormt; de Duitse Wikipedia spreekt van kleine groepen. Waar hij samen met de baars leeft, bezet hij volgens beide bronnen de diepere waterlagen.

Waar hij leeft

Volgens FishBase leeft hij in zoet en brak water, op 2 tot 85 m diepte, bij 10 tot 20 °C: in voedselrijke meren, in rivieren van laagland en heuvelland, in de mondingen van grote rivieren, in brakke meren tot ongeveer 10 à 12 promille zout en in stuwmeren. Het liefst heeft hij stilstaand of langzaam stromend water met een zachte, plantenvrije bodem, of diepe plekken boven zand en grind. Hoe voedselrijker een water wordt, hoe talrijker hij wordt, en volgens FishBase verdraagt hij behoorlijk wat vervuiling. Inheems is hij volgens de Duitse Wikipedia ten noorden van de Pyreneeën en de Alpen — in de stroomgebieden van de Noordzee, de Oostzee, de Witte Zee, de Barentszzee, de Zwarte Zee en de Kaspische Zee —, daarnaast in Engeland en in Siberië oostwaarts tot aan de Kolyma. Het talrijkst is hij volgens de Duitse Wikipedia in grote riviermondingen en langs brakke kusten, zoals die van de Oostzee.

Wat hij eet — en wanneer

Volgens FishBase eet hij zoöplankton, dansmuggenlarven, wormen en vlokreeften; de Duitse Wikipedia noemt daarnaast viskuit en visbroed. In kustmeren en getijdenmondingen leeft hij volgens FishBase vrijzwemmend en jaagt hij ook op vis. Doorslaggevend is het tijdstip: hij eet ’s nachts en kan dankzij zijn zijlijn volgens de Duitse Wikipedia in het donker jagen. Aan het water betekent dat: hij zoekt zijn voedsel op de bodem, en de schemering en de nacht zijn zijn tijd. Wie gericht op hem wil vissen, biedt iets kleins aan vlak bij de bodem — en checkt vooraf de regels van zijn water.

Daarbij is hij zelf prooi. Volgens de Italiaanse Wikipedia wordt hij gegeten door forellen, palingen, zalmen en snoeken, volgens de Engelse Wikipedia in Schotland ook door aalscholvers en blauwe reigers. FishBase noteert kortweg: aas voor snoek. Of en hoe aasvissen op jouw water zijn toegestaan, regelt de plaatselijke visserijwetgeving — en die verschilt van land tot land, soms van regio tot regio.

Paaien in ondiep water

Volgens FishBase paait hij op 3 m diepte of ondieper, op heel verschillende bodems. De eitjes zijn wit tot geel en kleven als strengen aan stenen en planten; het vrouwtje legt ze volgens FishBase in twee of meer porties, in de zomer meestal zo’n 30 dagen uit elkaar, en de eerste is de grootste. De larven leven nauwelijks of helemaal niet in het open water en gaan vroeg naar de bodem; onder 10 °C en boven 20 °C overleven ze slecht. Volgens de Engelse Wikipedia komen ze na 5 tot 12 dagen uit bij 10 tot 15 °C.

De baars die met het ballastwater meereisde

In zijn thuisgebied is hij een onopvallende buur; de IUCN voert hem als niet bedreigd (Least Concern; volgens FishBase beoordeeld op 28 mei 2022). Elders is hij een probleem. Volgens de Engelse Wikipedia werd hij in de jaren 80 ontdekt in de Grote Meren van Noord-Amerika, vermoedelijk met ballastwater van schepen bij Duluth (Minnesota) ingevoerd; hij was de eerste invasieve soort die het Amerikaanse programma tegen uitheemse waterplagen als plaag aanmerkte, en hij is nu de talrijkste vis in het stroomgebied van de St. Louis River, waar hij met de gele baars om voedsel concurreert. In het Schotse Loch Lomond werd hij in 1982 gevonden, vermoedelijk meegebracht als levend aasvisje; daar eet hij de eitjes van de powan, een houtingsoort. Volgens de Engelse Wikipedia is hij ook uitgezet in delen van Frankrijk, Noord-Italië en Griekenland; FishBase vermeldt dat meerdere landen na zijn introductie schade aan het ecosysteem melden. De les voor vissers: neem aasvissen nooit van het ene water mee naar het andere.

Vijf tegenstrijdigheden, gewoon laten staan

  • Hoe groot wordt hij? FishBase: maximaal 29 cm. De Duitse, de Italiaanse en de Kroatische Wikipedia: 25 cm. De Engelse noemt in haar inleiding 25 cm en verderop 29 cm.
  • Hoeveel eitjes? De Duitse Wikipedia: 50.000 tot 100.000 per vrouwtje, afhankelijk van de grootte. De Engelse: 130.000 tot 200.000 per jaar.
  • Wanneer paait hij? De Duitse Wikipedia: maart tot mei. De Engelse: half april tot ongeveer juni. De Kroatische: april of mei, wanneer het water 10 tot 15 °C bereikt. De Italiaanse: maart tot augustus.
  • Wanneer is hij volwassen? De Engelse Wikipedia: op 2 tot 3 jaar, in warm water al in het eerste jaar. De Kroatische: op drie jaar. FishBase noemt geen jaren, maar een lengte: zo’n 10,5 cm.
  • Eenling of groep? FishBase: solitair, zonder scholen. De Duitse Wikipedia: in kleine groepen. De Kroatische: in kleine scholen.

Drie namen die naar de verkeerde vis leiden

  • Sloveens ‘okun’, Russisch ‘окунь’. Bijna hetzelfde woord, twee vissen: in de Sloveense Wikipedia is okun de pos — het Russische окунь (okun) is de baars. De pos heet in het Russisch ёрш.
  • Turks ‘Trakya levreği’. Letterlijk de ‘Thracische levrek’ — en levrek is in het Turks normaal de zeebaars, waaraan deze serie een eigen groep wijdt. Met die zeevis heeft de pos niets te maken.
  • ‘Donaukaulbarsch’. Deze Duitse naam (letterlijk ‘Donau-pos’) slaat op een aparte soort, *Gymnocephalus baloni*, die volgens de Duitse Wikipedia in de benedenloop van de Donau leeft en pas in 1974 als zelfstandige soort werd erkend. Hij is hoogruggiger, en zijn vlekken staan altijd verticaal. Wie aan de beneden-Donau een ‘pos’ vangt, kijkt twee keer.

Blijft de vraag waarmee elk artikel in deze serie begint: wanneer. Leefgebied, voedsel en gewoonten staan hierboven, en die liggen vast. Wat elke dag verandert, is al het andere — licht, waterstand, temperatuur, wind —, en of een avond aan het water de moeite waard is, beslist zich precies daar. Dat rekent StrikeAhead uit: het neemt de omstandigheden aan jouw water en vertelt je wanneer de tocht de moeite loont. En omdat je een onbekend water, zijn taluds en zijn regels niet vanaf de eerste dag kent, vertelt StrikeAhead Pathfinder je met wie je erop uitgaat: zorgvuldig geselecteerde gidsen en schippers, vóór de vermelding persoonlijk gecontroleerd — vergunning en verzekering —, met geverifieerde vangsten in plaats van reclamefoto’s, zonder betaalde ranking en voor jou als visser zonder bemiddelingskosten. De app zegt wanneer, Pathfinder met wie.